Binnen Europa is een aantal organismen officieel aangewezen als quarantaine-organisme. Hieronder vallen onder andere de Japanse kever, Xylella fastidiosa, wortelknobbelaaltjes en bepaalde soorten trips. Een organisme krijgt de Q-status wanneer het goed te identificeren is, nog niet wijdverspreid voorkomt en een risico vormt op introductie en verspreiding, vooral als die onaanvaardbaar zijn voor economie en milieu.
Voorkomen van verspreiding
Q‑organismen kunnen op verschillende manieren binnenkomen, bijvoorbeeld via internationale handel in planten, door mee te liften met transportmiddelen zoals vliegtuigen, treinen en vrachtwagens, via particulier verkeer of via verpakkingsmateriaal zoals hout. Wij adviseren tuincentrumondernemers om planten altijd in te kopen met een plantenpaspoort en dit zorgvuldig in de administratie vast te leggen.
Verder kun je verschillende preventieve maatregelen nemen:
-
Breng in kaart welke Q‑organismen een risico vormen voor jouw bedrijf. Dit hangt onder meer af van de planten waarin je handelt en de herkomstlanden. Zo weet je op welke schadelijke organismen en/of symptomen je planten visueel moet controleren of laten toetsen. Blijf daarnaast goed op de hoogte van risicolanden en -regio’s (met name in Italië) en van waardplanten (planten die Q‑organismen kunnen meedragen).
-
Houd je administratie zorgvuldig bij. Dit is niet alleen verplicht, maar ook essentieel om (mogelijk) besmette partijen snel en effectief te kunnen traceren.
-
Meld je aan voor vakmeldingen van de NVWA om op de hoogte te blijven van actuele ontwikkelingen.
Tref je ondanks deze maatregelen toch een Q‑organisme aan? Meld dit dan direct bij de NVWA. Zij beschikken over de benodigde bevoegdheden en expertise om Q‑organismen te bestrijden.
Verplichtingen en toezicht
Naast preventie en kennisopbouw spelen ook regelgeving en toezicht een belangrijke rol. Bedrijven zijn verplicht om binnen 48 uur traceringsgegevens van planten te kunnen aanleveren aan de NVWA. Dit helpt om bij een eventuele uitbraak snel te kunnen handelen en verdere verspreiding te beperken.
Samen werken aan weerbaarheid
Om de weerbaarheid van de sector te vergroten, is het Kennis op Maat (KoM)-project gestart. In dit project werkt de volledige sierteeltketen samen aan het vergroten van kennis en bewustwording rondom quarantaine-organismen.
Xylella fastidiosa
Een van de meest zorgwekkende organismen is de bacterieziekte Xylella fastidiosa. Deze bacterie, bekend van de ‘olijvenpest’ bij olijfbomen, rukt op vanuit Zuid-Europa en is inmiddels op meerdere plekken in Europa en in verschillende varianten aangetroffen.
Een eventuele uitbraak in Nederland kan ingrijpende economische gevolgen hebben voor onder meer de boomkwekerij, vaste planten, perk- en potplanten en het openbaar groen. Hoewel Xylella niet schadelijk is voor mensen of dieren, vormt het een serieuze bedreiging voor plantgezondheid en biodiversiteit. Deze factsheet bundelt de belangrijkste kennis over Xylella en geeft praktische handvatten om introductie en verspreiding van deze bacterie zoveel mogelijk te voorkomen.
Japanse kever
Ook de Japanse kever vormt een groeiend risico. Recente vondsten in verschillende Europese landen vergroot de kans op introductie in Nederland. Om de sector goed te informeren over de risico’s en maatregelen is een leaflet opgesteld door sectororganisaties in de sierteelt, in samenwerking met de NVWA en Naktuinbouw. Hierin staat wat de Japanse kever precies is, welke Europese maatregelen gelden bij een vondst en wat je zelf kunt doen om deze schadelijke soort buiten de deur te houden.