Problemen met netcongestie? 10 manieren om het op te lossen

De Nederlandse energietransitie draait op volle toeren. Huishoudens plaatsen zonnepanelen en bedrijven elektrificeren productieprocessen. Ook binnen de tuinbranche neemt het elektriciteitsverbruik snel toe. Tuincentra investeren in energiezuinige maar elektrisch intensieve belichting, klimaatbeheersing, koelcellen, warmtepompen en laadpunten. Daarnaast willen groothandels en distributielocaties steeds verder automatiseren. Terwijl de vraag naar elektriciteit explosief groeit, groeit de capaciteit van het stroomnet maar langzaam. Het probleem dat inmiddels landelijke bekendheid heeft: netcongestie.

In steeds meer regio’s zitten de aansluit- en transportcapaciteiten van het stroomnet aan hun maximale grens. Hierdoor kunnen tuincentra niet uitbreiden, lopen investeringen in nieuwe installaties vertraging op en ontstaan beperkingen bij het gelijktijdig draaien van belichting, koeling en klimaatinstallaties. Met name bij grotere tuincentra en locaties met sterke seizoenspieken wordt netcongestie steeds vaker een directe belemmering voor groei en verduurzaming. Netcongestie remt innovatie, belemmert bedrijfsontwikkeling en creëert onzekerheid bij ondernemers die willen investeren in hun locatie.

De verwachting is dat netcongestie de komende jaren nog zal toenemen voordat het uiteindelijk beter wordt. Toch zitten ondernemers niet stil. Dat geldt ook voor de tuinbranche, waar ondernemers ondanks beperkte netcapaciteit hun bedrijven toch toekomstbestendig willen maken. Naast formele oplossingen worden daarom steeds vaker slimme en creatieve manieren gezocht om toch voldoende elektriciteit of transportcapaciteit te realiseren. In dit artikel gaan we in op 10 manieren om netcongestie op te lossen of te voorkomen.

1. In de rij staan: de wachtlijst

In veel regio’s is in de rij staan voor transportcapaciteit nog steeds de standaardroute. Netbeheerders zijn verplicht om iedereen te verbinden met het net, maar niet verplicht om per direct transportrechten toe te wijzen. Daardoor ontstaan er lange wachtrijen. De wachtlijst is in een half jaar met wel 15% gegroeid.

Wat gebeurt er op de wachtlijst?
De aanvraag wordt technisch onderzocht. Je krijgt een indicatie van de duur van de wachtlijst, vaak tussen de 2 tot wel 10 jaar voor grootverbruikers. Dit is afhankelijk van de regio en complexiteit. Je komt pas aan de beurt zodra een versterkingsproject is afgerond, zoals een nieuwe kabel of extra transformator.

Waarom duurt het zo lang?
Vergunningstrajecten duren meerdere jaren en ook materiaaltekorten en personeelstekorten bij netbeheerders spelen een rol. Voor tuincentra betekent dit dat uitbreiding of verduurzaming soms jarenlang moet worden uitgesteld, terwijl de energievraag juist seizoensgebonden sterk toeneemt.

2. Verhuizen naar een regio met ruimte op het net

Een drastische optie is verhuizen naar een regio waar wel aansluit- en transportcapaciteit beschikbaar is. Door te verhuizen kunnen wachttijden van 5 tot 10 jaar worden verkort naar 0 tot 1 jaar. Dit wordt soms overwogen bij nieuwe grootschalige tuincentra of logistieke groenhubs.

Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • beschikbare transformator- en kabelcapaciteit
  • bereikbaarheid voor klanten en leveranciers
  • toekomstige uitbreidbaarheid

Verhuizen brengt hoge kosten met zich mee en is voor bestaande tuincentra vaak geen wenselijke oplossing.

3. 3×80A opkrikken met accu’s en zonnepanelen

Een 3×80A-aansluiting is de zwaarste standaard kleinverbruikersaansluiting. Veel tuincentra zitten hier tegen de grens aan, maar kunnen geen verzwaring krijgen. Met een slimme combinatie van batterijopslag, zonnepanelen en een Energiemanagementsysteem (EMS) kan toch meer elektrisch vermogen worden benut.

Overdag laden zonnepanelen de batterij op. Tijdens piekmomenten – bijvoorbeeld bij gelijktijdige inzet van belichting, koeling en klimaatinstallaties – levert de batterij extra vermogen. Het EMS stuurt installaties slim aan. Dit is met name interessant voor tuincentra met grote dakoppervlakken en seizoenspieken.

4. Twee bouwaansluitingen

Bouwaansluitingen zijn bedoeld voor bouwprojecten en hebben vaak verrassend veel vermogen. Door tijdelijk meerdere bouwaansluitingen intern te koppelen kan extra capaciteit worden gecreëerd. Dit kan uitkomst bieden bij nieuwbouw of grootschalige verbouwingen van tuincentra.

Dit is alleen toegestaan bij daadwerkelijke bouwactiviteiten en heeft een tijdelijk karakter.

5. Meerdere huisnummers aanvragen

Wanneer een pand wordt opgesplitst in meerdere zelfstandige eenheden met eigen huisnummers, kan per adres een aparte aansluiting worden aangevraagd. Dit kan relevant zijn bij tuincentra met aparte winkel-, horeca- of opslagdelen, mits juridisch en functioneel toegestaan.

6. Aggregaten

Aggregaten worden vaak gezien als laatste redmiddel, maar zijn in congestieregio’s soms noodzakelijk. Voor tuincentra is dit vooral relevant wanneer koeling, klimaatbeheersing of irrigatiesystemen bedrijfskritisch zijn.

Hybride aggregaten combineren een aggregaat met een batterij, waardoor piekbelasting wordt opgevangen en het systeem efficiënter draait. Dit kan ingezet worden bij non-firm ATO.

7. Panden doortrekken: interne koppeling van installaties

Wanneer een ondernemer meerdere panden of gebouwen op één terrein bezit, kan een interne elektrische koppeling worden gemaakt. Zo kan beschikbare capaciteit intern worden verdeeld zonder netverzwaring. Dit komt voor bij grotere tuincentra of verzamelterreinen.

8. Cable pooling: één kabel, meerdere producenten

Cable pooling houdt in dat meerdere energieopwekkers één aansluiting delen. Dit kan interessant zijn bij tuincentra met zonnepanelen in combinatie met andere opwek, waarbij opgewekte stroom optimaal wordt benut.

9. Groepscontracten en gedeeld GTO

Op bedrijventerreinen kunnen meerdere bedrijven gezamenlijk transportcapaciteit delen via één groepscontract. Voor tuinbrancheclusters en verzamelgebieden kan dit extra ruimte bieden zonder verzwaring, vooral wanneer verbruikspieken verschillen per gebruiker.

10. Alternatieve transportrechten (non-firm ATO en blokcontracten)

Netbeheerders introduceren nieuwe contractvormen zoals:

  • Blokcontracten: vaste tijdsblokken met gegarandeerde capaciteit
  • Non-firm ATO: snelle aansluiting zonder gegarandeerd transportrecht

Voor tuincentra met flexibele installaties of seizoensgebonden gebruik sluiten deze contractvormen vaak goed aan.

Wat kan Kobespa betekenen voor leden van Tuinbranche Nederland?

Kobespa Energiecollectief ondersteunt ondernemers in de tuinbranche bij het vinden én realiseren van praktische oplossingen voor netcongestie. Zij analyseren energieprofielen van tuincentra, brengen seizoenspieken in kaart en begeleiden ondernemers bij gesprekken met netbeheerders en het maken van slimme keuzes.

Wil je als lid van Tuinbranche Nederland weten welke oplossingen voor jouw tuincentrum of locatie haalbaar zijn? Kobespa gaat graag vrijblijvend in gesprek om samen te kijken hoe groei en verduurzaming mogelijk blijven, ook bij beperkte netcapaciteit.

Contact

Kobespa Energie en Advies
Albert Munneke
a.munneke@kobespa.nl
030 227 0054

Delen
woensdag, 4 februari 2026
Delen